Voor het spel begint, geef je aan dat een worp tegen het lichaam aankomt en niet gevangen wordt, als ‘af’ wordt beschouwd. Daartegenover staat dat een worp die wel gevangen wordt, betekent dat de werper zelf af is. Een worp via een stuit telt als een ongeldige worp. Een worp welke tegen het hoofd komt, telt wel / niet, wij vinden dat persoonlijk een keuze voor de spelbegeleider zelf: het hangt namelijk erg af van het incasseringsvermogen van de deelnemers zelf.
In het normale trefbalspel moet de deelnemer die af is, plaatsnemen in het dodenvak en mag terug wanneer hij zelf weer iemand afgooit. Bij deze variant neemt de afgegooide deelnemer plaats achter de gele lijn van de tegenpartij (zie plattegrond). Hij mag ten alle tijden terug naar zijn medespelers, mits hij daarbij niet getikt wordt door de tegenpartij.
Lukt het om ongetikt weer naar zijn eigen helft terug te komen, kan hij weer meedoen. Wordt hij onderweg getikt, dan moet hij weer terug. Zijn pogingen om terug te gaan, zijn onbeperkt. Dat maakt dit spel zo leuk: iedere deelnemer blijft actief!
Het team dat het andere team weet uit te schakelen, wint het spel. Ook is het mogelijk om dit spel op tijd te spelen. Wanneer de tijd stopt, dan tel je als spelleider hoeveel personen er in elk veld staat.