Vier op een rij in de gymles

Vier op een rij in de gymles!

Speel Vier op een rij in de gymles gewoon in jouw les en bouw er een fysiek element in!

De Spelles e-book

“Net of je het spel in het echt hebt neergezet!”

De uitleg van dit spel staat in het eBook van De Spelles: 15 topspellen die je morgen direct kunt spelen deel 1. In dit eBook staan 15 spellen die je direct kunt toepassen. Zo heb je de komende gymlessen genoeg inspiratie om leuke spellen te spelen. Meer dan 100 lesgevers gingen je al voor en bestelden het eBook. Ben jij de volgende?

Video

Het laatste nieuws ontvangen inclusief handige kortingscodes voor de eBooks? Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Smashbal in de gymles

Smashbal, een uitdagend volleybalspel met de nadruk op de smash!

Volleybal is een spel dat in de gymles weinig meer gespeeld wordt. Vaak zijn de leerlingen nog niet in staat om het volleybal-spel i.c. met een goede techniek te spelen. Echter, daar is veel in-oefening voor nodig. Er wordt hier dan ook wel aandacht aan besteed, maar dan wel op het één op één aanbieden van allerlei technische oefeningen.

Het echte spel wordt niet meer gespeeld. Dat alles komt de spelbeleving niet ten goede. Vaak wil je bij volleybal smashen, en laat dat nou hetgeen zijn waar je in het echte volleybalspel nauwelijks aan toekomt.

Smashbal om te komen tot volleybal!

Om de sport aantrekkelijker te maken en de spelbeleving als uitgangspunt te nemen, is Smashbal bedacht. Smashbal is een uitdagend volleybalspel waarbij de nadruk ligt op de smash. Ook mag bij Smashbal de bal één keer stuiteren, wat voor sommigen leerlingen in het basisonderwijs als zeer prettig wordt ervaren.

Vier niveaus

Het spel wordt gespeeld in vier niveaus, waarbij de smash altijd de laatste slag is. Bij het eerste niveau mag je de bal vangen, naar het net lopen en de bal het veld in smashen. De tegenstander mag de bal maximaal één keer laten stuiteren en ook weer hetzelfde doen.

Bij het tweede niveau mag er niet meer gelopen worden, maar moet met overspel (je mag de bal wel vangen) ervoor gezorgd worden dat de derde weer gesmasht kan worden.

Bij het derde niveau geldt dezelfde opdracht als het tweede niveau, alleen één gespeelde bal moet in één keer met een volleybaltechniek gespeeld worden.

Bij het vierde niveau mag er nog maar één keer gevangen worden en moeten er twee ballen gespeeld worden met een volleybaltechniek. In het filmpje hieronder zijn de vier niveaus goed zichtbaar en worden ze nogmaals uitgelegd.

Videouitleg Smashbal!

Conclusie

De vier niveaus zorgen ervoor dat Smashbal goed te spelen is, omdat er zelf gekozen kan worden welk niveau gespeeld wordt. Het kan zelfs verschillen per team! En dat maakt dat dit spel ideaal voor in de gymles. Ik zou er wel voor kiezen om de gymzaal in de lengte te verdelen, waardoor er meer veldjes ontstaan.

Ook als je geen volleybalnet tot je beschikking hebt, kun je een lijn spannen (met korfbalpalen ertussen) en lintjes aan de lijn hangen. Op die manier creëer je een eigen volleybalveld. Afhankelijk van de leeftijd en de grootte van de leerlingen, kun je het net qua hoogte ophangen.

Al met al is Smashbal echt een aanrader om tijdens je gymles te spelen. Iedereen kan op zijn of haar niveau spelen en meedoen. En dat is natuurlijk wat iedere leerkracht en leerling wil. Mocht je tijdens de les een handig overzicht willen van de niveaus, dan kun je de smashball levelkaarten als document downloaden waarop ze staan beschreven.

Veel spelplezier!

Het leed dat gym heet

Sporten is een fantastisch middel om te komen tot zelfkennis: je kunt je grenzen verleggen en hiermee jezelf ontdekken. Daarbij is bewegen gezond, goed voor je sociale contacten en is het zelfs een middel om gelukkig te worden. Dit omdat er bij het sporten een stofje vrijkomt in je hersenen die je gelukkig maakt. Allemaal mooie kanten van sporten, waarbij ik nu al veel positieve aspecten onbelicht laat. Mede daarom beginnen we al vrij vroeg met sporten en krijgen de leerlingen al in de basisschoolperiode gymles.

“Dat vond ik verschrikkelijk!”
Toch hoor ik regelmatig de negatieve kanten van sporten voorbij komen. Vooral de gymles moet het ontgelden. In Nederland zijn de gymlessen zo ingericht dat we de kinderen laten bewegen aan de hand van twaalf bewegingsthema’s, denk aan zwaaien, springen of balanceren. Bij zwaaien moeten de kinderen kunnen zwaaien met een touw of met de ringen; bij springen moeten de kinderen over een kast heen kunnen springen met een wendsprong of over de bok. Vooral het laatste bewegingsthema, springen, daar hoor ik veel over: “Dat vond ik verschrikkelijk!”



Misschien herkent u het bij uzelf terug, hoe u het vond om over de kast of bok te springen. En wat de rol van de (gym)docent of van uw medestudenten hierbij was. Niet dat ik hier nu de wijsheid in pacht heb en nu iedereen op de vingers ga tikken, omdat ik het allemaal goed heb gedaan, maar te vaak hoor ik dat mensen zijn afgeknapt op sporten vanwege negatieve ervaringen tijdens de gymles. “Ik moest die bok over, maar het lukte me niet!” Of “Ik belandde regelmatig tegen de kast, waarbij de (gym)docent mij ‘strafte’ in plaats van hielp.

De rol van (gym)docent is essentieel
Gelukkig worden de gymlessen steeds beter ingericht waarbij rekening gehouden wordt met verschil in niveau. Er staat dan niet één kast op één hoogte waar iedereen overheen moet, er staan er twee /drie waarbij de kinderen kiezen op een geschikt niveau kunnen oefenen. Daarnaast wordt ook steeds meer ingezet op samenwerking, waarbij kinderen elkaar helpen om het doel van de gymles te halen. De gymles wordt hiermee steeds meer een gezamenlijk proces, waarbij een gezamenlijk doel wordt nagestreefd. Een belangrijke voorwaarde is wel dat er een pedagogisch veilig klimaat heerst waarbij fouten maken geaccepteerd wordt en waarbij kinderen het normaal vinden dat de één verder is dan de ander. Daarin is de rol van de (gym)docent essentieel.

De gymles blijft dus gevaarlijk, want in de praktijk bestaat altijd de kans dat een kind beschadigd wordt en hierdoor niet een positieve stimulans krijgt dat bewegen vooral leuk is. Vooral in mijn spellessen, die ook worden gegeven tijdens de gymlessen, kwam dit naar voren. Veel kinderen waren niet aan het bewegen of mochten niet bewegen omdat het spel er zich niet voor leende. Denk aan het trefbalspel: kort gezegd kregen de goede bewegers de bal en de minder goede bewegers stonden er eigenlijk voor spek-en-bonen bij. Als dat gebeurt, is de kans dus groot dat een kind afknapt op sport en spel.

Het heeft bij die constatering bij mij een directe omslag gecreëerd. Ik ben direct anders gaan denken en spellen anders gaan benaderen. Ik liet vanaf dat moment vooral spellen aan bod komen die samenwerking en het denken stimuleerden, denk hierbij aan Hunebed-estafette of Mastermind. Per direct zag ik eigenlijk al een verandering bij de kinderen: de goede bewegers gingen anders bewegen en overleggen, de minder goede of verlegen bewegers voelden zich aangesproken om mee te doen. Een kind zei al snel tegen mij: ik vind gym weer leuk, want ik kan weer meedoen!



“Had ik vroeger maar zulke gymlessen..”
Ik heb deze successpellen gefilmd (wel toestemming gevraagd) en gedeeld op sociale media onder de naam De Spelles. Al snel bleek dat meerdere (gym)docenten behoefte hadden aan dit soort spellen waarbij om het doel te behalen, samengewerkt moest worden. Én dat iedereen beweegt en kán bewegen! Het resultaat was al snel tienduizenden volgers en aandacht vanuit de media (Jeugdjournaal). Ook mensen spreken mij nu aan: “Had ik vroeger ook zulke gymlessen gehad, dan had ik gym wel leuk gevonden!”

Dat raakte mij. Aan de andere kant was het ook een bevestiging dat ik met mijn spellessen op de goede weg ben. Nu geef ik nogmaals aan dat ik hier niet alle wijsheid in pacht heb en dat ik vind dat iedereen mijn lessen moet overnemen. Integendeel, ik pleit ervoor dat iedereen die gym- of sportlessen geeft, continu nadenkt over het leed wat je kunt veroorzaken als kinderen negatieve ervaringen krijgen in de gymles. En al gaan dingen vaak onbewust, we stimuleren het al snel door de verkeerde spellen aan te bieden. Denk daarom erg goed na welk spel je kiest en welke je toch achterwegen laat. Een grondregel is: beweegt iedereen en kán ook iedereen bewegen.

Laten we daarom elkaar erop aansporen dat we niemand de kans ontnemen om in de toekomst niet meer aan sport te doen, vanwege negatieve ervaringen in een gymles. Het gaat om plezier in spelbeleving, nadenken en vooral dat je met samenwerking verder komt dan alleen. Het gaat erom dat ieder kind zich geroepen voelt om te bewegen en ook kán bewegen. Laten we elkaar inspireren, elkaar motiveren en daarmee investeren in de toekomst.