Zelfontwerpend leren in de gymles!

Zelfontwerpend leren in de gymles is niet iets wat vaak gebeurt. Je hebt er als leerkracht ook een beetje durf voor nodig; we willen graag de controle houden en onze doelen bereiken. Toch is de meerwaarde dat leerlingen zelf hun lessen mogen ontwerpen erg groot.

Vaak zie je dat leerlingen aan het einde van de basisschool ‘opeens’ de vrijheid krijgen om de gymlessen te bedenken en te begeleiden. Wat direct opvalt, is dat de betrokkenheid hoog is. Leerlingen gaan direct aan de slag om een leuke les te bedenken.

Maar in de ontwerpfase zie ik regelmatig dat leerlingen ‘vervallen’ in de oude spellen. Even snel zoeken op internet of een bestaand spel gebruiken. Op zich niks mis mee om dit als startpunt te nemen, maar dat is wel zonde: het echte ontwerpen komt niet helemaal tot haar recht. Waarom laten we leerlingen dan ook niet eerder een spel ontwerpen?

“Ik heb een idee!”

Bij de kleuters is het al mogelijk. Juist daar, waar de fantasie zo groot is! Ook in de middenbouw is het mogelijk om lessen te ontwerpen. Laatst kwam er een jongen naar mij toe met een bestuurbare auto: “ik heb een idee! Als ik hier nou een bakje op maak, dan kunnen de andere balletjes erin gooien terwijl deze rijdt.” Een prachtig idee, die de volgende dag was gerealiseerd. Het mooie is, dat ik in eerste instantie was: dat vinden ze vast niet leuk. Maar de kinderen vonden het fantastisch. De betrokkenheid was ontzettend groot.

Hit Max ’33

Aan het einde van het spel, gingen de kinderen met elkaar in gesprek en kwamen ze met het idee om een opblaasbare haai op de bestuurbare auto te monteren en dat je dan dus tikkertje kunt spelen. Ontzettend gaaf om dan te zien dat binnen een halve minuut afspraken zijn gemaakt en dat het een dag later is geregeld.

Daarbij het is ook mooi dat kinderen tijdens het spel aanpassingen doen. “Dit is te makkelijk voor de lopers; we mogen alleen maar op de lijnen lopen.” En ze gaan weer. Omdat zij verantwoordelijk zijn voor het spel, gaan ze ook nadenken over hoe het spel beter kan!

Concluderend

Zelfontwerpend leren heeft grote voordelen, maar ik begrijp heel goed dat je dit niet elke gymles doet. Kinderen vinden het ook gewoon fijn om gewoon lekker te bewegen en te spelen, zonder daarbij al te veel na te denken. Maar maak af en toe eens gebruik van de fantasie van de kinderen! Zij denken in mogelijkheden en combineren dat met heel veel fantasie! Daarom adviseer ik ook om er elk jaar aandacht aan te besteden, gewoon twee of drie keer per jaar, en niet pas te wachten totdat ze in groep 8 zijn.

Trefbal, hét spel waar de goede actief zijn, de rest niet

Iedereen heeft het spel wel eens gespeeld op de lagere- of middelbare school: trefbal! Ikzelf ook. We hadden er zelfs een jaarlijks toernooi in, waarbij je het opnam tegen andere scholen. Fantastisch vond ik het. En nu nog steeds, ik vind het een heerlijk spel om te spelen! 

Dat ik het een leuk spel vind, komt omdat (zonder op te scheppen) ik er goed in was. Ik kreeg vaak de bal en als de bal op mij gegooid werd, ving ik de bal met grote regelmaat. En als ik dan werd afgegooid, kreeg ik weer de bal, gooide iemand af en kon er weer in. Ik vond het fantastisch, want ik was continu in beweging. 

Hallo, ik ben er ook nog!

Zo zijn er meer mensen die trefbal geweldig vinden om te spelen. Maar er zijn er ook die bij trefbal niet staan te juichen. En ook ik ben teruggekomen van het klassieke trefbal. Als je goed naar het spel kijkt, zie je maar een select groepje bewegen; de rest doet niet mee. Als je wordt afgegooid en je hoort er niet bij, dan blijf je daar maar staan.

Af en toe probeer je nog te roepen dat jij de bal wilt krijgen, en dan heb je eindelijk een keer de bal, dan moet je hem afgeven aan een goede beweger, degene die de grootste mond heeft of degene die het populairste in de groep is. Nee, trefbal is niet voor iedereen een geweldig spel.

“Eens per tien minuten had ik de bal, die ik ook nog eens moest afgeven!”

Als minder goede beweger is trefbal een vreselijk spel. Eigenlijk sta je de hele tijd er voor spek en bonen bij. Je doet er gewoon niet toe! Als je daar over nadenkt, is dat vreselijk. Wat doe je dan iemand aan. Een meisje zei wel eens tegen mij: “Ik heb wel eens bijgehouden hoe vaak ik de bal kreeg: één keer in tien minuten.”

“En toen moest ik de bal ook nog inleveren. En mat-trefbal vind ik helemaal vreselijk, want dan moet ik dus de mat vasthouden.” Ga maar eens na, één keer in de tien minuten de bal krijgen of alleen dat je alleen maar de mat mag vasthouden. Dat moet tergend zijn. Om te zien dat anderen lekker bewegen en jij staat daar maar.

Niet afschaffen, maar anders inrichten

Nu wil ik hier niet gaan pleiten dat trefbal per direct afgeschaft moet worden. Integendeel, trefbal blijft een mooi spel. We moeten het alleen anders organiseren. We moeten ervoor zorgen dat het spel zich niet alleen concentreert op één plek, maar op meerdere plekken. Hierdoor komt iedere deelnemer aan bod. Een mooi voorbeeld hiervan is het spel Trefbal-tikkertje.

Trefbal-tikkertje in de gymles

Concluderend gaat het erom dat we recht doen aan iedere leerling die in de gymzaal aan het bewegen is. Iedereen doet mee en iedereen kán ook meedoen. Daar draait het bij mij en De Spelles om. Het klassieke trefbal hoort daar naar mijn mening niet bij, dat doet geen recht aan alle bewegers, slechts voor een deel. Daar moeten wij als leerkrachten, vakdocenten en spelleiders voor zorgen.